Tips voor inbraakbeveiliging

 

 

– Sleutelbeheer en -gebruik

Zorg dat alleen bevoegde personen in het bezit zijn van een sleutel en dat eventuele reservesleutels goed worden opgeborgen.

– Merken en registreren van waardevolle zaken

Voorzie de meest waardevolle zaken van postcode en huisnummer door middel van graveren, etsen of inbranden. Registreer deze bezittingen op een lijst en maak er eventueel foto’s van. Na een diefstal kan dit nuttig zijn voor herkenning en opsporing. 

– Zichtbare afwezigheid voorkomen

Voorkom bijvoorbeeld tijdens vakanties dat een overvolle brievenbus, een niet gemaaid gazon of een briefje op de deur uw afwezigheid verraden. Vraag de hulp van buren of familieleden. Door middel van instelbare schakelklokken kan met enkele lichtpunten – met energiezuinige lampen – een normaal bewoningspatroon worden gesimuleerd. 

– Beveiligingsverlichting
Een inbreker wordt niet graag gezien. Plaats daarom beveiligingsverlichting – bij voorkeur in een slagbestendige behuizing – aan de gevel. Deze kan door middel van een schemerschakelaar automatisch worden ontstoken en gedoofd.

– Buren en omwonenden
Maak met buren of omwonenden afspraken over het in de gaten houden van elkaars huizen. In woonwijken kan dit – samen met de politie – worden georganiseerd in de vorm van buurt preventieprojecten.

– Opklimmogelijkheden
Probeer ‘opklimmogelijkheden’ voor de inbreker tot een minimum te beperken. Laat bijvoorbeeld een ladder niet in de tuin staan of leg hem met een ketting en een goed hangslot vast.

– Tuinaanleg
Beperk de hoogte van de begroeiing om het huis tot ca. 1 meter, zodat een inbreker niet ongezien tewerk kan gaan of zich kan verschuilen.